2.24.Belanghebbende heeft tijdens haar verhoren onder meer het volgende verklaard, waarbij in elk “PROCES-VERBAAL VAN VERHOOR” “V” staat voor vraag verbalisanten, “A” voor antwoord van de verdachte of de getuige, “O” voor opmerking en “N” voor noot verbalisanten:
“V: Wat is uw eerste reactie op deze verdenkingen?
A: Ik weet echt niet wat wij hebben fout gedaan. Inmiddels zijn wij al 30 jaar in Nederland actief. Wij hebben regelmatig onderzoek gehad van de Belastingdienst. Wij hebben tot nu toe geen problemen gehad.
(…)
V: Waar woont u feitelijk?
A: Door mijn werk verblijf ik overal, soms verblijf ik in Duitsland, Nederland, Taiwan, Italië, Frankrijk. Afgelopen twee weken ben ik in Italië en Zwitserland geweest, maar dit was eigenlijk vakantie, maar ik was ook aan het werk. Maar feitelijk woon ik in Taiwan op het genoemde adres. Als ik in Europa ben, dan ben ik in de weekenden in Duitsland, in mijn weekendhuis. Op donderdagmiddag ga ik naar mijn weekendhuis in Duitsland. Op maandagavond ga ik terug naar Nederland, naar [plaats 1] . Als ik in Europa ben, dan ben ik ongeveer 80 dagen in [plaats 1] . Verder ben ik ook in Frankrijk Griekenland, Zwitserland, Italië.
V: Bent u heel het jaar in Nederland?
A: Nee, ik ben drie of vier maanden per jaar in Taiwan, soms in de Filipijnen en soms in Hong Kong om allerlei zaken te regelen. Ik vlieg soms ook naar Korea en Thailand. De meeste reizen zijn zakelijk, alleen China is niet zakelijk.
V: Wanneer bent u van plan om terug te gaan naar Azië?
A: Begin 2017 heb ik al geboekt om eind november terug te gaan. Meestal komen we dan eind maart en begin april weer terug naar Nederland.
V: Kunt u uw werk ook vanuit Azië doen?
A: Ja, ik kan alles vanaf mijn laptop doen.
(…)
V: Als u in Nederland verblijft, verblijft u dan in [plaats 1] ?
A: Ja, dan verblijven we in het bedrijfspand in [plaats 1] . Als [ [naam 2] ] in Nederland is dan verblijft hij ook in het bedrijfspand, maar hij verblijft soms ook weleens bij zijn zus in [plaats 9] . Dit denk ik, maar dit weet ik niet zeker. Dit is de enige familie die hij heeft. Eigenlijk wil ik zeggen dat we niet altijd samen in Nederland verblijven.
V: Mag u daar wel wonen?
A: Nee, je mag daar niet wonen. Wij wonen er ook niet, we verblijven er alleen.”
“V: Hoe komt [bedrijf 8] aan de gelden die nodig zijn voor de bedrijfsactiviteiten?
A: Dit geld is van mij persoonlijk.
(…)
V: Wat is, ruw geschat, de omvang van de uitstaande financieringen geweest sinds [bedrijf 8] daarmee is begonnen in Nederland?
A: Het uitstaande saldo is gemiddeld denk ik € 10.000.0000. In 2013 is het bedrag omhoog gelopen, maar momenteel gaat het bedrag weer naar beneden.
(…)
V: Wie verzorgde en verzorgt de administratie van [bedrijf 8] ?
A: Ik verzorg de administratie van [bedrijf 8] . Dit heb ik altijd al gedaan.
V: Wie maakt de facturen?
A: Ik.
V: Hoe worden de facturen gemaakt en verzonden?
A: Ik maak deze op mijn laptop en deze verstuur ik per mail.
V: Welk email gebruikt u om de facturen te versturen?
A: [email adres 1] . Dit is eigenlijk het emailadres van meneer [naam 2] . [ [bedrijf 7] ] is zijn firma.”
“V: Binnen het onderzoek is langere tijd met twee camera's het bedrijfspand in [plaats 1] geobserveerd. Op de camerabeelden is onder andere te zien dat in veel weken u op maandagavond met [ [naam 2] ] aankomt in de BMW en op donderdagmiddag met hem in de BMW wegrijdt. Komt deze vaststelling volgens u overeen met de werkelijkheid?
A: Ja, dat is voor mij vaster dan voor [ [naam 2] ].
(…)
V: De woonruimte in [plaats 1] en de woning aan het [adres 1] in [plaats 6] zijn vorige week doorzocht. Daarbij zagen onze collega’s dat op de beide slaapkamers een 2-persoonsbed stond, in [plaats 1] volledig beslapen. In [plaats 1] stond een kledingkast die zowel mannen- als vrouwenkleding en -schoenen bevatte. Beide soorten kleding en schoenen werden ook aangetroffen in een inloopkast naast de slaapkamer in [plaats 6] .
Wat kunt u verklaren over deze constateringen?
A: Wij delen die woonruimte. [ [naam 2] ] heeft zijn gedeelte en ik de mijne.
(…)
De verdachte wil nog iets toevoegen aan haar verklaring:
“Ik ben altijd druk. Ik werk dag en nacht. Ik heb echt geen tijd voor romantiek. Ik ben echt altijd druk, of ik werk of ik slaap. Iedereen weet hoe hard ik werk. Ik werk echt dag en nacht. Niet dat ik hou van werken, maar ik kan het niet laten liggen. Anders wordt het steeds meer. Ik heb ook geen tijd voor mijn eigen familie in Taiwan. Ik heb geen tijd voor andere vriendschappen, geen zakelijke vriendschappen. Ik heb daar geen tijd voor. Ik regel heel de dag zaken, voor iedereen waarmee ik te maken heb. (…)”
“
[ [bedrijf 8] ]
V: [getuige 1] heeft het volgende verklaard in relatie tot [bedrijf 8] :
“V: Wat waren uw werkzaamheden binnen [ [bedrijf 8] ]?
A: in 2012 begon [ [belanghebbende] ] grote bedragen uit te lenen. Dit deed ze helemaal zelf. In 2014 werd het haar iets te veel en vroeg ze aan mij of ik dit wilde bijhouden in een kladboekhouding maar dit heb ik in het Minox boekhoudprogramma bijgehouden omdat ik dat beheers. Vanaf medio 2014 ben ik dit gaan doen in Minox. In eerste instantie regelde [ [belanghebbende] ] alles via haar eigen bankrekening, het was een onderneming zonder bankrekening. Volgens mij ergens medio 2014 was er ook een bankrekening bij HSBC en die kon ik dan ook bijhouden in Minox. Alle andere betalingen waarvan [ [belanghebbende] ] zei dat gedaan waren, werden in rekening-courant verhouding met [ [belanghebbende] ] verrekent. Twee weken geleden vertelde zij mij dat ze in Hong Kong ook een belastingaangifte moest indienen en dat ze hiervoor een jaarrekening moest hebben.
Ik ben toen aan de slag gegaan om de jaarstukken op te maken. Ik heb de jaarstukken van [bedrijf 8] opgemaakt voor de jaren 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017, die zitten in de computer.”
Klopt het dat [getuige 1] de boekhouding doet voor [bedrijf 8] ?
A: Ja en nee. Meneer [getuige 1] doet alleen de cijfers intoetsen in de computer. Verder doet hij niets administratiefs. Om mij te helpen met openstaande posten, dan ben ik op de hoogte dat er betaald moet worden. De binnenkomende betalingen, waarvan ik moet weten dat die nog niet betaald zijn.
V: Klopt het dat [bedrijf 8] in het begin geen eigen bankrekening had?
A: [bedrijf 8] heeft vanaf het begin af aan een eigen bankrekening gehad.
V: Hoe komt het dan dat [getuige 1] dan verklaart dat in eerste instantie alles via uw eigen bankrekening liep?
A: in 2013 kan het zijn dat [bedrijf 8] die bankrekening van de Standard Chartered Bank niet meer had. Daarna heeft [bedrijf 8] bij de HSBC wel een bankrekening gekregen. Als [bedrijf 8] geen bankrekening had, dan liep alles via mijn eigen bankrekening.
V: Heeft u [getuige 1] opdracht gegeven voor het maken van de jaarrekeningen van [bedrijf 8] vanaf 2013?
A: Nee, ik heb geen opdracht gegeven om de jaarrekeningen te maken. Ik heb gezegd om het concept op te maken, ik kan deze dan controleren. Hierna kan ik deze doorsturen naar de accountant in Hong Kong. Hij heeft alle cijfers en kan die samenvatten.
(…)
V: Heeft [bedrijf 8] ooit ruimte gehuurd in Hong Kong?
A: Nee. Ik betaal wel de accountant voor ons gedeelte van het kantoor.
V: U zegt dat [bedrijf 8] alleen klanten in Nederland heeft.
Heeft [bedrijf 8] inderdaad uitsluitend klanten in Nederland?
A: Meestal wel. Nu ook in Frankrijk voor [bedrijf 10] .
(…)
V: Wie heeft de bankrekeningen van [bedrijf 8] geopend?
A: Bij de Standard Charted Bank weet ik niet wie. Bij HSBC en DBS is dat [ [naam 2] ] geweest. Hij was de directeur en dus de enige die de bankrekeningen kan openen.
(…)
V: Wie houdt de mutaties op deze rekeningen bij?
A: Ik.
V: Op welke manier komt die informatie binnen?
A: Via de bankafschriften. Tegenwoordig is het steeds meer gebruikelijk dat je een email of een sms krijgt.
V: Is er internetbankieren mogelijk voor de rekeningen van [bedrijf 8] ?
A: Ja.
V: Wie doet dat?
A: Ik.
V: Nog anderen?
A: Nee.
V: Wie mag overboekingen doen vanaf de bankrekeningen?
A: Ik als enige.
V: Op welke manier worden die overboekingen gedaan?
A: Via het internetbankieren.”.