ECLI:NL:HR:2013:BZ6824
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt fiscale woonplaatsbegrip voor kinderbijslag en duurzame band met Nederland
De zaak betreft een geschil over de toekenning van kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) voor de periode van het tweede tot en met vierde kwartaal 2009. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) wees de aanvraag van belanghebbende af, waarna bezwaar en beroep volgden. De Rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en het besluit op bezwaar, en bepaalde dat de SVB een nieuw besluit moest nemen.
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van de SVB tegen de uitspraak van de Centrale Raad. Kern van het geschil was de uitleg van het begrip 'woonplaats' in de AKW en of belanghebbende op de peildata in Nederland woonde. De Hoge Raad bevestigde dat het woonplaatsbegrip in de AKW gelijk moet worden uitgelegd als het fiscale woonplaatsbegrip en dat een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland niet noodzakelijkerwijs sterker hoeft te zijn dan de band met een ander land.
De Centrale Raad had geoordeeld dat belanghebbende, ondanks langdurige verblijven in Marokko, een duurzame band met Nederland had vanwege onder meer een verblijfsvergunning, een woning, en familie in Nederland. De Hoge Raad vond geen onjuiste rechtsopvatting in deze beoordeling en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Tevens werd de SVB veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de SVB wordt ongegrond verklaard en de SVB wordt veroordeeld in de proceskosten.