Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Resumé redelijk vermoeden [belanghebbende] , [naam 2] en [naam 1]
(...)
[naam 1] en [naam 2] verblijven over het algemeen doordeweeks enkele dagen in het bedrijfspand te [plaats 2] en in het weekend in Duitsland. Uit het onderzoek is gebleken dat zij in de wintermaanden in Azië verblijven
(...)
Vermoeden relevante administratie [adres 2] te [plaats 2]
[naam 1] zegt dat het wel afkomstig is van [belanghebbende] . [getuige 1] zegt dat het niet in [belanghebbende] geboekt is omdat hij het niet terug kan vinden op de bank van [belanghebbende] .
[naam 1] zegt dat haar werd vertelt dat dit zou worden gecorrigeerd in 2016. Volgens [naam 1] zei hij dat het in 2016 een kruising is. [getuige 1] zegt dat hij het niet in [belanghebbende] bank kan vinden en vraagt of het niet van iemand anders kan komen misschien. [naam 1] ontkent en denkt na.
[naam 1] zegt dat het uitbetaald moest worden aan [bedrijf 6] . [getuige 1] zegt dat er niets is uitbetaald aan [bedrijf 6] en dat hij alle banken(rekeningen?!) heeft gecheckt. [naam 1] zegt dat zij het dan even moet checken. [getuige 1] zegt dat ze anders een verkeerde invoice hebben van [belanghebbende] naar [bedrijf 6] .
[naam 1] zegt dat het simpel is en dat hij moet kijken naar de afschriften en dan kan zien van wie het afkomstig is. [getuige 1] zegt dat hij de afschriften daar niet heeft. [naam 1] gaat deze checken.”
.
Betreft: appartementen nummers 1, 15 en 16 " [adres 4]
(…)
Fiscale status [belanghebbende] in Hong Kong en structuur
(…)
Plaats bedrijfsgebeuren
Inmiddels is mij, zie hiervoor, een verzameling NL-onroerende zaken bekend waarbij [belanghebbende] is/was betrokken. Steeds betreft het Nederlandse debiteuren/leningnemers. Mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] hebben in Nederland op de [adres 2] te [plaats 2] een kantooradres waar een groot deel van het jaar activiteiten worden uitgeoefend voor andere vennootschappen die aan hen gelieerd zijn.
(…)
Jaarrekeningen
Formeel
Activiteiten [belanghebbende]:
Mevrouw [naam 1] is 100% aandeelhouder van [belanghebbende] en deze vennootschap heeft geen zuster-, moeder- of dochtervennootschappen. Dit is het antwoord op vraag 7.
(…)
Vennootschapsbelasting
In mijn vorige brief heb ik overigens slechts tot uitdrukking willen brengen dat [belanghebbende] financieringen verstrekt die in voorkomende gevallen verzekerd worden door het recht van hypotheek op onroerende zaken in Nederland.
(…)
Plaats bedrijfsgebeuren [belanghebbende]
Op dit moment moet ik constateren dat [belanghebbende] geen antwoord heeft gegeven op de door mij gestelde vragen. Sterker nog, in uw brief van 20 juni 2017 geeft u aan dat de volledige inhoud van mijn brief van 7 juni jl. wordt ontkend en betwist. De fatale datum in de peremptoirstelling (7 augustus 2017) is verstreken, evenals het respijt dat werd gegeven in verband met uw vakantieperiode; dit omdat uw brief van 8 augustus 2017 ook andermaal geen antwoorden op de door mij gestelde vragen bevat.
Uitnodiging:
Voor het geval dat u niet voor genoemde datum heeft gereageerd dan wel ingeval u persisteert in uw standpunt dat [belanghebbende] niet gehouden is tot het geven van enig inhoudelijk antwoord, zie ik mij genoodzaakt om over te gaan tot het uitreiken van een informatiebeschikking.”
24 januari 2017, vraag 3:
23 februari 2017:
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
Strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs
Informatiebeschikking
fishing expedition. Belanghebbende voert verder aan dat de inspecteur al over alle gevraagde informatie beschikte of daarover had kunnen beschikken op grond van artikel 55 AWR Pro en dat de informatiebeschikking niet proportioneel is en dat omkering en verzwaring van de bewijslast niet aan de orde kan zijn. Belanghebbende geeft verder aan dat zij heeft meegewerkt en de vragen heeft beantwoord. Verder is, aldus belanghebbende, de informatiebeschikking gegeven met als doel de opsporingsambtenaren van informatie voor de strafrechtelijke vervolging te voorzien. Belanghebbende betoogt dat deze handelswijze in strijd is met het beginsel dat niemand gehouden is tegen zichzelf bewijs te leveren, het nemo-tenetur-beginsel. Tot slot betoogt belanghebbende dat de omstandigheid dat de inspecteur aanslagen Vpb over de jaren 2017 tot en met 2021 heeft opgelegd, aangeeft dat de informatiebeschikking kennelijk niet nodig was om de aanslagen op te leggen.
fishing expeditionverwerpt het hof die klacht. Van een
fishing expedition, is sprake indien de inspecteur ongericht gegevens en bescheiden opvraagt die niet van belang zouden kunnen zijn voor de belastingheffing van belanghebbende. In dit geval heeft de inspecteur naar aanleiding van concrete feiten en omstandigheden zijn bevoegdheid op grond van artikel 47 AWR Pro uitgeoefend en relevante gegevens en bescheiden opgevraagd.
détournement de pouvoiromdat de inspecteur zijn bevoegdheid om op grond van artikel 47 AWR Pro inlichtingen te vragen, heeft gebruikt om informatie in te winnen ten behoeve van de strafvervolging van onder meer belanghebbende. Deze stelling faalt omdat belanghebbende met dat wat zij aanvoert niet aannemelijk heeft gemaakt dat de inspecteur misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 47 AWR Pro. Belanghebbendes beroep op schending van het nemo-tenetur-beginsel slaagt evenmin. Aan dat beginsel wordt namelijk als uitgangspunt in de belastingheffing niet getoetst [12] alleen al omdat een belastingplichtige verplicht is om informatie te verstrekken die voor de belastingheffing relevant is. In deze procedure is geen sprake van een
criminal chargein de zin van artikel 6 EVRM Pro. Verder heeft belanghebbende evenmin aannemelijk gemaakt dat de inspecteur in strijd met andere beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het fair-play-beginsel, heeft gehandeld.
Overschrijding redelijke termijn
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, maar alleen voor zover die betrekking heeft op de vragen 1, 3, 4, 5, 6 en 10 van de informatiebeschikking;
- vernietigt de informatiebeschikking ten aanzien van de vragen 1, 3, 4, 5, 6 en 10 van de informatiebeschikking;
- bepaalt dat belanghebbende de in de informatiebeschikking gevraagde informatie in vragen 2 en 12 zoals in 4.20 nader geformuleerd alsnog aan de inspecteur kan verstrekken binnen een termijn van vier weken vanaf de dag waarop deze uitspraak onherroepelijk is geworden;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de schade die belanghebbende heeft geleden tot een bedrag van € 2.340;
- veroordeelt de minister tot vergoeding van de schade die belanghebbende heeft geleden tot een bedrag van € 2.160;
- bepaalt dat de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de behandeling van het hoger beroep bij het hof van € 548 vergoedt;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van het geding bij het hof van € 2.721.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).