Uitspraak
GERECHTSHOF ’S-HERTOGENBOSCH
Uitspraak van 7 november 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
In aanmerking nemende:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende en zijn echtgenote namen een varkenshouderij over via een vennootschap onder firma (VOF) met overdragers, waarbij zij gezamenlijk een verzoek deden om toepassing van de geruisloze doorschuiving (artikel 3.63 Wet IB 2001). De Inspecteur legde aanslagen en een verzuimboete op. De Rechtbank wees het beroep van belanghebbende af en matigde de boete vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat hij eenzijdig kon terugkomen op het verzoek om toepassing van de doorschuiffaciliteit, omdat de aanslagen van de overdragers nog niet onherroepelijk waren. Het Hof oordeelde dat dit inderdaad mogelijk is zolang de aanslagen niet onherroepelijk vaststaan, waardoor de faciliteit niet van toepassing is en de aanslag verminderd moet worden.
Verder werd geoordeeld dat de Inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken tijdig had overgelegd, maar dat dit geen rechtsgevolgen had. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat belanghebbende niet verplicht was het verzoek in te dienen. De verzuimboete wegens te late aangifte bleef gehandhaafd, maar de proceskosten werden deels aan belanghebbende toegekend.
De uitspraak vernietigt de uitspraak van de Rechtbank en de uitspraak op bezwaar, vermindert de aanslag en veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Belanghebbende kan terugkomen van het verzoek om geruisloze doorschuiving, waardoor de faciliteit niet van toepassing is en de aanslag wordt verminderd; de verzuimboete blijft gehandhaafd en proceskosten worden deels vergoed.