Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/305917 / KG ZA 22-206)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met memorie van grieven en producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de op 9 september 2022 gehouden mondelinge behandeling, waarbij [appellante] spreekaantekeningen heeft overgelegd;
- de bij brief van 29 augustus 2022 door [appellante] toegezonden producties, die tijdens de mondelinge behandeling van 9 september 2022 bij akte in het geding zijn gebracht;
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 9 september 2022.
3.De beoordeling
IV. LEGATEN
binnen twee maanden, nadat bestuursrechtelijk onherroepelijk is beschikt en daarmee is komen vast te staan, dat landgoed “ [het landgoed] ” c.q. de percelen waaruit het landgoed bestaat niet langer als een als landgoed aangemerkte onroerende zaak wordt/worden beschouwd en/of dat landgoed “ [het landgoed] ” onder afwijzing van een daartoe strekkend verzoek aan [appellante] niet als een landgoed blijft/blijven aangemerkt, op straffe van een dwangsom(…)” Het vonnis is onder punt 3.3. uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor zover het de veroordelingen betreft. [appellante] is van dit vonnis in hoger beroep gegaan.
het splitsen van landgoed “ [het landgoed] ” als gevolg van de afgifte van legaat zoals in rechte is komen vast te staan, waarbij een oppervlakte ter grootte van 0.66.15 ha is belast met een recht van gebruik en bewoning ten behoeve van [appellante] en een oppervlakte ter grootte van 4.40.32 ha in vol eigendom toekomt aan Erven [erflater]”, dit op grond van artikel 3, achtste en negende lid van de NSW. Bij beschikking van 28 februari 2022 is geoordeeld dat deze voorgenomen handeling leidt tot een algehele onttrekking aan de werking van de NSW van het landgoed “ [het landgoed] ”. [appellante] is niet als belanghebbende gehoord in deze procedure bij het RVO.
De brief d.d. 28 februari 2022 (…) geeft op verzoek van de erven [erflater] , antwoord op de vraag wat de gevolgen zijn voor de NSW-status van het landgoed “ [het landgoed] ” als de eigenaarssituatie - als bedoeld in de NSW - wijzigt zoals aangegeven in het Vonnis van Rechtbank Limburg van 21 juli 2021. Die wijziging is pas een feit als de handelingen die de notaris daartoe moet verrichten definitief zijn. Zolang dat station niet gepasseerd is en de eigenaarssituatie zoals aangegeven in de laatst afgegeven beschikking nog actueel is, blijft de landgoedstatus intact. Een verklaring van (geen) bezwaar als bedoeld in artikel 3, lid 8 en 9 van de NSW geeft slechts antwoord op de vraag wat de gevolgen zijn van een voorgenomen handeling voor de rangschikking van het landgoed (…)”.
binnen twee maanden, nadat bestuursrechtelijk onherroepelijk is beschikt en daarmee is komen vast te staan, dat landgoed “[het landgoed]” c.q. de percelen waaruit het landgoed bestaat niet langer als een als landgoed aangemerkte onroerende zaak wordt/worden beschouwd en/of dat landgoed “[het landgoed]” onder afwijzing van een daartoe strekkend verzoek aan [appellante] niet als een landgoed blijft/blijven aangemerkt, op straffe van een dwangsom”.
(…) Tussen partijen staat vast dat indien de landgoedstatus komt te vervallen het legaat ten aanzien van het beperkte recht van gebruik als niet geschreven dient te worden beschouwd. Dat volgt overigens ook duidelijk uit het testament van erflater. Het sub 3 gevorderde is daarmee geheel toewijsbaar.”
dat landgoed “[het landgoed]” onder afwijzing van een daartoe strekkend verzoek aan [appellante] niet als een landgoed blijft/blijven aangemerkt”, heeft betrekking op het verzoek van de eigenaar (waaronder de vruchtgebruiker) om te beslissen dat de regels geen toepassing vinden en dat de onroerende zaak blijft aangemerkt als een landgoed. Een dergelijk verzoek heeft [appellante] niet ingediend en is daarmee niet aan de orde.
bestuursrechtelijk onherroepelijk is beschiktdat het landgoed niet
langer als een als landgoed aangemerkte onroerende zaak wordt beschouwd- betrekking heeft op een beschikking van Onze Ministers dat de onroerende zaak niet langer als zodanig wordt beschouwd, of dat dit ook betrekking heeft op een verklaring van onze Minister als bedoeld in het achtste lid van artikel 3 NSW Pro, dat een voorgenomen handeling zal leiden tot een dergelijke beschikking.
indien zulks statusverlieszal opleverenvoor het landgoed met betrekking tot de Natuurschoonwet”[onderstreping hof]
.Volgens [geïntimeerden] is gevorderd dat sprake moet zijn van een onherroepelijke beslissing zonder daarbij te specificeren welke bestuursrechtelijke weg dient te worden bewandeld en had de afgegeven verklaring, zijnde een onherroepelijke beschikking, niet anders geluid indien [appellante] daarbij zou zijn betrokken.
indien de landgoedstatus komt te vervallen”, blijkt naar het oordeel van het hof niet dat de rechtbank daarbij het verschil tussen een beschikking met statusverlies en een verklaring dat een voorgenomen handeling zal leiden tot een dergelijke beschikking voor ogen heeft gehad.