ECLI:NL:HR:2005:AS5238
Hoge Raad
- Cassatie
- O. de Savornin Lohman
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid algemeen verbod op merkinbreuk bij ompakkingsparallelimport van geneesmiddelen
In deze zaak stond centraal de vraag of een algemeen verbod, versterkt met een dwangsom, tegen merkinbreuk door het ompakken van merkgeneesmiddelen bij parallelimport toelaatbaar is. Merck had Euromedica gedagvaard wegens inbreuk op haar Benelux-woordmerk RENITEC door het ompakken en verhandelen van het geneesmiddel onder die merknaam.
De president van de rechtbank Arnhem had Euromedica verboden om de merkinbreuk te continueren, met een dwangsom bij overtreding. Euromedica stelde zich op het standpunt dat een dergelijk algemeen verbod onrechtmatig en onrechtvaardig was vanwege de onzekerheid over de voorwaarden voor ompakking volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJEG).
Het hof Arnhem bekrachtigde het vonnis van de president en oordeelde dat het verbod voldoende concreet was afgebakend en in overeenstemming met de HvJEG-jurisprudentie. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Euromedica en bevestigde dat een dergelijk algemeen verbod met dwangsom niet per definitie een verboden maatregel van gelijke werking is onder het Europese mededingingsrecht, mits het verbod beperkt blijft tot handelingen die onbetwist inbreukmakend zijn.
De Hoge Raad benadrukte dat het belang van de merkhouder bij effectieve bescherming van haar rechten zwaarder kan wegen dan het belang van rechtszekerheid van de parallelimporteur, zeker indien deze zich reeds aan inbreuk heeft schuldig gemaakt. Het arrest bevestigt de toepassing van de Lexington-norm voor de afbakening van algemene verbodsbevelen in merkrechtelijke context.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het algemeen verbod met dwangsom tegen merkinbreuk door ompakkingsparallelimport.