Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 2],
wonende te [woonplaats] ,
[de holding 1] Holding B.V.,
[de vennootschap 1],
[de vennootschap 2] ,
Holding [de holding 2] ,
Holding [de holding 3] ,
[de vennootschap 3],
[de vennootschap 4] ,
[de vennootschap 5] ,
[onroerend goed 1] Onroerend Goed B.V.,
[de vennootschap 6] ,
[onroerend goed 2] Onroerend Goed B.V.,
5.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
6.De beoordeling
“Deze brief bevat de uitkomsten van een financieringsverkenning, waaraan geen rechten kunnen worden ontleend, zolang formele goedkeuring door de Rabobank Groep voor de definitieve financieringsaanvraag ontbreekt.”(prod. 5 inl. dgv.).
“De voorgestelde financieringsopzet is onder voorbehoud van goedkeuring door de Legal Department Rabobank groep.”.
“Ik ben door de heren [appellant 1 c.s.] gevraagd om aan de bank informatie te verstrekken waardoor de bank een besluit zou kunnen nemen op de reeds lang lopende financieringsaanvrage.”(prod. 21 inl. dgv.). Ook in deze mail vindt het hof bevestiging dat [appellant 1 c.s.] ervan uitging dat Rabobank een besluit op de aanvraag moest nemen en dat zo’n besluit toen nog niet was genomen.