ECLI:NL:GHSHE:2018:2343

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
5 juni 2018
Publicatiedatum
5 juni 2018
Zaaknummer
200.187.324_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
8 uitgaand · 8 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over schriftelijk pleidooi en overlegging ontbrekende aangifte inkomstenbelasting 2013 in erfrechtelijke procedure

In deze civiele erfrechtelijke procedure in hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch, zaaknummer 200.187.324/01, hebben partijen verzocht om een arrest na diverse tussenarresten. Het geschil betreft onder meer de overlegging van ontbrekende stukken, zoals de aangifte inkomstenbelasting over 2013 door geïntimeerden.

Het hof heeft in een tussenarrest van 20 maart 2018 partijen verzocht schriftelijk pleidooi te wensen en de ontbrekende aangifte IB 2013 te overleggen. Appellant heeft bevestigd dat het verzoek om schriftelijk pleidooi eenparig is en geïntimeerden hebben hiermee ingestemd.

Geïntimeerden hebben de aangifte IB 2013 echter niet overgelegd, ondanks het verzoek van het hof. Daarom draagt het hof hen op dit stuk binnen twee weken na het arrest aan de wederpartij toe te sturen. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan en bepaalt dat het schriftelijk pleidooi zal plaatsvinden op de rol van 17 juli 2018.

Het arrest is gewezen door de rolraadsheren Meulenbroek, Keizer en Stienissen en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2018.

Uitkomst: Het hof bepaalt schriftelijk pleidooi op 17 juli 2018 en draagt geïntimeerden op de ontbrekende aangifte IB 2013 binnen twee weken aan de wederpartij toe te sturen, houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.187.324/01
arrest van 5 juni 2018
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
verder: [appellant] ,
advocaat: mr. G.G.J. van Kooten te Veldhoven,
tegen:

1.[geïntimeerde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden,
verder: [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] ,
advocaat: mr. A.B. Noordhof te Eindhoven,
als vervolg op de tussenarresten van dit hof van 4 april 2017, 25 juli 2017, 12 december 2017 en 20 maart 2018 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank
Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer 4324340/rolnummer 15/8257 tussen partijen gewezen vonnis van 26 november 2015.

15.Het verdere verloop van het geding

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenarrest van 20 maart 2018;
  • de akte van [appellant] van 3 april 2018;
  • de antwoordakte van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] van 1 mei 2018.
Partijen hebben arrest gevraagd.

16.De verdere beoordeling

16.1
Bij tussenarrest van 20 maart 2018 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van appellant met het in dat tussenarrest onder 13.4 vermelde doel. Daarin is vermeld dat het hof aanneemt dat [appellant] schriftelijk pleidooi wenst, maar dat hij niet vermeldt of zijn wederpartij, overeenkomstig het procesreglement, hiermee instemt. Het hof heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld hierover uitsluitsel te geven.
16.2
Naar aanleiding hiervan heeft [appellant] laten weten dat het gaat om een eenparig verzoek om schriftelijk pleidooi. [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] hebben bij antwoordakte laten weten hiermee in te stemmen. Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor schriftelijk pleidooi.
16.3
In het tussenarrest van 20 maart 2018 heeft het hof onder 13.4 tevens vermeld dat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] bij hun antwoordakte de ontbrekende aangifte IB over 2013 dienen over te leggen. Dit hebben zij, zonder enige toelichting, opnieuw nagelaten. Het hof draagt hen op de ontbrekende aangifte IB over 2013 bij hun pleitnota over te leggen en dit stuk op voorhand, binnen twee weken na dit arrest, aan de wederpartij toe te sturen.
16.4
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

17.De uitspraak

Het hof:
bepaalt dat schriftelijk pleidooi zal plaatsvinden op de rol van dinsdag 17 juli 2018;
draagt [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] op de aangifte IB over 2013
binnen twee weken na hedenaan de wederpartij toe te sturen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, I.B.N. Keizer en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 juni 2018.
griffier rolraadsheer