Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
.
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en beschikkingen opgelegd door de Belastingdienst, waartegen bezwaar werd gemaakt. De Inspecteur handhaafde de aanslagen, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank. Dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. In hoger beroep stelde belanghebbende dat de beroepstermijn pas begon te lopen op het moment van feitelijke kennisname van de uitspraken op bezwaar, namelijk op 13 februari 2012, terwijl het hof oordeelde dat de termijn aanving op 5 oktober 2011, de datum waarop een afschrift van de uitspraken op bezwaar bij de gemachtigde binnenkwam.
Het hof overwoog dat, ook al was de uitspraak op bezwaar niet op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt, de beroepstermijn start op het moment van ontvangst van het afschrift. De gemachtigde had niet binnen de redelijke termijn van veertien dagen, maar pas na drie weken en vier dagen beroep ingesteld. Dit was niet spoedig genoeg, en de termijnoverschrijding werd niet als verschoonbaar beschouwd.
Het hof bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep door de rechtbank. Tevens wees het hof de vorderingen van belanghebbende af met betrekking tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak werd gedaan door het hof te 's-Hertogenbosch op 18 september 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.