ECLI:NL:GHSHE:2012:BW2264
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting bij gebruik buitenlandse auto in Nederland
Belanghebbende huurde een personenauto met Duits kenteken van april tot december 2009 en gebruikte deze hoofdzakelijk en duurzaam in Nederland. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting op over de periode oktober tot december 2009. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat de aanslag in strijd was met het vrije verkeer van diensten zoals beschermd door het EU-verdrag.
De Rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de aanslag. De Inspecteur ging in hoger beroep. Het hof oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk was omdat belanghebbende redelijkerwijs kon menen dat de aanslag reeds tot stand was gekomen. Het hof bevestigde dat de Wet MRB onvoldoende rekening houdt met het feitelijke gebruik van de auto in Nederland, waardoor de aanslag niet voldoet aan het communautaire evenredigheidsbeginsel.
Het hof vernietigde de naheffingsaanslag wegens het ontbreken van een deugdelijke wettelijke grondslag voor de heffing in deze situatie. De uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd, maar onder verbetering van de gronden. Tevens werd een griffierecht geheven en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wordt vernietigd wegens gebrek aan wettelijke grondslag en het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard.