ECLI:NL:PHR:2012:BP3858
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet in strijd met Europees recht: naheffing motorrijtuigenbelasting voor buitenlands gekentekende auto
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een Duitse GmbH, gebruikte in Nederland een in Duitsland geregistreerde leaseauto. De Nederlandse Belastingdienst legde hem een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (mrb) en een boete op omdat geen mrb was betaald over de periode van gebruik in Nederland.
De Rechtbank vernietigde de naheffingsaanslag en boete wegens strijd met het Europeesrechtelijk evenredigheidsbeginsel. Het Hof bevestigde dit oordeel en verklaarde het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond. De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De conclusie van de Advocaat-Generaal gaat uitgebreid in op de wettelijke grondslag van de naheffing. Artikel 34 van Pro de Wet mrb ziet op motorrijtuigen waarvoor geen kenteken is opgegeven, wat niet van toepassing is op buitenlands gekentekende auto's. Er ontbreekt een specifieke naheffingsbepaling voor buitenlands gekentekende voertuigen in de Wet. De naheffing op grond van artikel 34 is Pro daarom niet mogelijk voor de onderhavige situatie.
De conclusie stelt dat de naheffingsaanslag ambtshalve dient te worden vernietigd wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag. Mocht de Hoge Raad dit niet volgen, dan is nader onderzoek naar het duurzaam gebruik van de auto in Nederland nodig om te beoordelen of de heffing gerechtvaardigd is onder het Europees recht. De bewijslast voor duurzaam gebruik rust op de inspecteur. De conclusie benadrukt dat dubbele heffing niet per definitie strijdig is met het Europees recht, mits de heffing evenredig is aan het gebruik en gerechtvaardigd wordt door dwingende redenen van algemeen belang.
Uitkomst: De naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en boetebeschikking worden vernietigd wegens ontbrekende wettelijke grondslag.