ECLI:NL:HR:2012:BX9938

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/01702
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Wet Mrb 1994Art. 7 Wet Mrb 1994Art. 11 Wet Mrb 1994Art. 13 Wet Mrb 1994Art. 49 VWEU
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid motorrijtuigenbelasting op buitenlands kenteken voor inwoner Nederland

Belanghebbende, woonachtig in Nederland, huurde een in Duitsland geregistreerde personenauto die hij hoofdzakelijk in Nederland gebruikte. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting op voor de periode van 2 oktober 2009 tot en met 21 december 2009. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar de Rechtbank Breda vernietigde deze uitspraak en de naheffingsaanslag.

De Inspecteur ging in hoger beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Rechtbank bevestigde. De Staatssecretaris stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat de heffing van motorrijtuigenbelasting op een niet in Nederland geregistreerde auto die in Nederland wordt gebruikt, niet in strijd is met het Unierecht en het evenredigheidsbeginsel.

De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraken van het Hof en de Rechtbank, verklaarde het beroep van de Staatssecretaris gegrond en verklaarde het beroep tegen de Inspecteur ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest bevestigt de rechtmatigheid van de motorrijtuigenbelastingheffing in deze situatie.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt eerdere uitspraken en bevestigt dat de motorrijtuigenbelasting op een buitenlands kenteken voor een inwoner van Nederland rechtmatig is.

Uitspraak

12 oktober 2012
nr. 12/01702
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 februari 2012, nr. 11/00515, betreffende een aan X te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is over het tijdvak 2 oktober 2009 tot en met 21 december 2009 een naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
De Rechtbank te Breda (nr. AWB 11/550) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de naheffingsaanslag vernietigd.
De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van het middel
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. Belanghebbende heeft voor de periode van 2 april 2009 tot en met 21 december 2009 in Duitsland een aldaar geregistreerde personenauto (hierna: de auto) gehuurd. Gedurende de hiervoor vermelde periode had belanghebbende de auto feitelijk ter beschikking en heeft hij de auto hoofdzakelijk en duurzaam in Nederland gebruikt. Belanghebbende had zijn hoofdverblijf in Nederland. Ter zake van de auto was in Duitsland Kraftfahrzeugsteuer verschuldigd.
3.1.2. Op 2 april 2009 heeft belanghebbende voor de auto aangifte gedaan voor de belasting van personenauto's en motorrijwielen. Naar aanleiding van die aangifte heeft de Inspecteur de onderhavige naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting opgelegd.
3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat het systeem van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 onvoldoende verband houdt met het gebruik van de weg in Nederland om te kunnen voldoen aan het communautaire evenredigheidsbeginsel en daarom beslist dat de Rechtbank terecht de naheffingsaanslag heeft vernietigd. Het middel richt zich tegen dit oordeel.
3.3. In het arrest van de Hoge Raad van 2 maart 2012, nr. 10/00348, LJN BP3858, BNB 2012/123, is geoordeeld dat de heffing van motorrijtuigenbelasting van een inwoner van Nederland ter zake van een niet in Nederland geregistreerde personenauto waarmee van de weg in Nederland gebruik wordt gemaakt, niet als een met het unierecht strijdige disproportionele heffing wordt beschouwd.
Op grond van het vorenstaande slaagt het middel.
3.4. Gelet op het hiervoor in 3.3 overwogene kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof en die van de Rechtbank, en
verklaart het tegen de uitspraak van de Inspecteur ingestelde beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, E.N. Punt, C.H.W.M. Sterk en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2012.