ECLI:NL:GHSHE:2011:BV6194
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen dienstbetrekking tussen bondscoach en sportbond, recht op VAR-DGA bevestigd
Belanghebbende, werkzaam als bondscoach en directeur-grootaandeelhouder van een BV, voerde aan dat hij zijn werkzaamheden voor de sportbond verricht op basis van een overeenkomst van opdracht en niet in dienstbetrekking. De inspecteur stelde dat sprake was van een dienstbetrekking en gaf een VAR-loon af. De rechtbank oordeelde echter dat de werkzaamheden voor rekening en risico van de BV werden verricht en kende belanghebbende recht toe op een VAR-DGA.
In hoger beroep bevestigde het hof dat de aard van de overeenkomst en de feitelijke uitvoering daarvan wezen op een overeenkomst van opdracht. De bondscoach verrichtte zijn taken zelfstandig, zonder gezagsverhouding, en droeg zelf het risico van arbeidsongeschiktheid en aansprakelijkheid. De sportbond had geen sturende rol die duidde op een arbeidsovereenkomst.
Daarnaast behandelde het hof de vraag over vergoeding van proceskosten. Hoewel de inspecteur niet volledig zorgvuldig handelde, was er geen sprake van zodanige onzorgvuldigheid of een proefprocedure die een volledige vergoeding rechtvaardigde. Het hof verklaarde het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat geen dienstbetrekking bestaat en belanghebbende recht heeft op een VAR-DGA; het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard.