ECLI:NL:RBBRE:2011:BP7674
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.A.P. van Roij
- C.A.F.M. Stassen
- dr. A.H.H. Bollen-Vandenboorn
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over gezagsverhouding bij sport(bonds)coach en VAR-DGA
Belanghebbende, werkzaam als sport(bonds)coach, had een VAR-Loon ontvangen terwijl hij meende recht te hebben op een VAR-DGA. De rechtbank onderzocht de aard van de arbeidsrelatie tussen belanghebbende en de sportbond op basis van een overeenkomst van opdracht.
De overeenkomst bevatte bepalingen over de aard van de werkzaamheden, geheimhouding, ontbinding en de verantwoordelijkheden van de bondscoach, waarbij nadruk lag op het behalen van sportieve resultaten en niet op de wijze van uitvoering. De rechtbank oordeelde dat er geen gezagsverhouding bestond omdat de aanwijzingen van de opdrachtgever slechts gericht waren op het resultaat en niet op de uitvoering van het werk.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beschikking en oordeelde dat de werkzaamheden voor rekening en risico van de vennootschap werden verricht. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd een vergoeding van overige schade aangehouden. De uitspraak is openbaar en kan binnen zes weken worden bestreden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de VAR-DGA wordt toegekend omdat geen gezagsverhouding bestaat.