Uitspraak
1.11 Opmerkingen
1.11 Opmerkingen
Algemene toelichting:
2 Taxatiewijzers VNG
3.Methodiek onderzoek
2 Taxatiewijzers VNG
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, gebruiker van twee crèches, betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarden van respectievelijk €186.000 en €777.000 voor het jaar 2023. Zij voerde aan dat de restwaardepercentages te hoog waren en dat de levensduurverlenging onterecht was toegepast. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
In hoger beroep stond centraal of de heffingsambtenaar de waarde op een te hoog bedrag had vastgesteld, met name de restwaarde en de levensduur van de gebouwen. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de toegepaste restwaarden, gebaseerd op de Taxatiewijzer Onderwijs en onderbouwd met marktgegevens, niet te hoog waren. De door belanghebbende aangevoerde lagere restwaarden waren onvoldoende onderbouwd en berustten op onjuiste uitgangspunten, zoals de btw-behandeling.
Ten aanzien van de levensduurverlenging van onroerende zaak 1 stelde het hof vast dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de technische levensduur was verlengd vanwege renovaties en aanpassingen, hetgeen niet werd weersproken door belanghebbende. Het hof bevestigde dat de gecorrigeerde vervangingswaarde inclusief btw dient te worden berekend en dat de heffingsambtenaar de waardering op juiste wijze had uitgevoerd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarden van de crèches worden bevestigd.