ECLI:NL:HR:1997:AA3351
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Rechtsvraag over verrekening omzetbelasting bij bepaling vervangingswaarde onroerende zaakbelasting
Belanghebbende, Stichting X, kreeg voor het jaar 1993 een aanslag onroerende-zaakbelastingen opgelegd door de gemeente Nijmegen voor een ziekenhuis. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar het Hof bevestigde deze aanslag. Belanghebbende stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of bij de bepaling van de gecorrigeerde vervangingswaarde van het ziekenhuis rekening moet worden gehouden met de omzetbelasting die belanghebbende via een fiscale constructie had teruggevorderd. Belanghebbende had de economische eigendom van het ziekenhuis overgedragen aan een BV en het ziekenhuis vervolgens gehuurd, waardoor zij de omzetbelasting geheel terugkreeg.
De Hoge Raad stelde dat de vervangingswaarde het offer is voor een nieuw, identiek object, gecorrigeerd voor technische en economische veroudering, en dat de omzetbelasting die aftrekbaar is niet tot de stichtingskosten behoort. Het Hof had terecht geoordeeld dat bij de bepaling van de vervangingswaarde moet worden uitgegaan van volle en onbezwaarde eigendom en dat rekening moet worden gehouden met de fiscale positie van belanghebbende. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat in de vervangingswaarde een bedrag voor omzetbelasting moet worden opgenomen.
De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en stelde het arrest op 3 december 1997 in het openbaar vast.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat omzetbelasting moet worden meegenomen in de vervangingswaarde voor de onroerende-zaakbelasting.