Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 12 maart 2025
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Beoordeling van het geschil
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende diende een aangifte bpm in voor een gebruikte Audi Q5 met een opgegeven CO2-uitstoot en betaalde de bpm op basis van deze aangifte. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat de waarde van de auto hoger werd ingeschat zonder aftrek wegens schade. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de schade in aanmerking genomen moest worden en dat de bpm berekend moest worden via een herleidingsmethode gebaseerd op vergelijkbare voertuigen.
De Rechtbank wees het beroep af omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van meer schade dan erkend door de Inspecteur en dat de herleidingsmethode niet strookte met het wettelijke systeem. Het Gerechtshof bevestigde dit oordeel, benadrukkend dat de bewijslast voor schade bij belanghebbende ligt en dat de Inspecteur vrij is een deskundige te kiezen. Het hof oordeelde dat de herleidingsmethode strijdig is met de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en dat de door belanghebbende aangevoerde gegevens uit het kentekenregister onvoldoende zijn om het beroep op artikel 110 VWEU Pro te ondersteunen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag bpm van €5.241 en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.