ECLI:NL:GHDHA:2025:2466
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake de vaststelling van de WOZ-waarde van een woning en de toezendplicht van de Heffingsambtenaar
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, waarin de waarde van een woning is vastgesteld door de Heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag. De Heffingsambtenaar had de waarde van de woning op 1 januari 2021 vastgesteld op € 299.000, wat leidde tot verschillende onroerende-zaakbelastingen. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze beschikking, maar de Heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond. De Rechtbank heeft het beroep van belanghebbende tegen deze beslissing ook ongegrond verklaard. In hoger beroep stelt belanghebbende dat de Heffingsambtenaar de toezendplicht heeft geschonden door niet alle relevante gegevens te verstrekken die ten grondslag lagen aan de waardebepaling. Het Hof oordeelt dat de Heffingsambtenaar voldoende informatie heeft verstrekt en dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.