ECLI:NL:GHDHA:2024:2249
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade en proceskosten bij overschrijding redelijke termijn WOZ-zaak
Belanghebbende, eigenaar van een hoekwoning, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd door de Heffingsambtenaar van de gemeente Capelle aan den IJssel. De Rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, maar kende een schadevergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de Rechtbank, terwijl de Heffingsambtenaar incidenteel hoger beroep instelde tegen de toekenning van immateriële schadevergoeding. Het Gerechtshof behandelde de zaak zonder zitting, waarbij partijen geen mondelinge behandeling wensten.
Het Hof oordeelde dat de overdracht van de vergoeding voor immateriële schade aan de gemachtigde niet uitsluit dat belanghebbende recht heeft op vergoeding. De stelling van de Heffingsambtenaar dat daardoor geen immateriële schadevergoeding toekomt, faalt. Tevens is belanghebbende gerechtigd tot vergoeding van proceskosten en teruggave van griffierechten conform de jurisprudentie van de Hoge Raad.
Het Hof vernietigde het deel van de uitspraak van de Rechtbank dat geen vergoeding toekende voor proceskosten en griffierechten, veroordeelde de Heffingsambtenaar tot betaling van €1.093,75 aan proceskosten en €185 aan griffierechten, en verklaarde het incidenteel hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt vergoeding van immateriële schade, proceskosten en griffierechten; incidenteel hoger beroep ongegrond.