Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 26 oktober 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
de Inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Verzekerings- en premieplicht
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, werkzaam als bemanningslid van binnenvaartschepen in het Rijnstroomgebied en in dienst bij een werkgever in Liechtenstein, was in 2016 en 2017 in Nederland verzekerd voor de sociale zekerheid op grond van een onherroepelijke A1-verklaring van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De Inspecteur legde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) op en wees verzoeken om vrijstelling van premieheffing af.
De Rechtbank verklaarde de beroepen van belanghebbende ongegrond, oordeelde dat de Inspecteur gebonden was aan de A1-verklaring en dat artikel 73 van Pro de Toepassingsverordening EG 987/2009 geen grond bood voor verrekening van in Liechtenstein betaalde premies. Het Gerechtshof bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de Belastingdienst niet bevoegd is om verrekening van buitenlandse premies te coördineren.
Verder wijst het hof verzoeken af om toepassing van de Regeling tijdelijke tegemoetkoming rijnvarenden en aftrek van buitenlandse premies in de werkkostenregeling. Ook is geen sprake van onrechtmatige risicoselectie bij het onderzoek naar de aangiften. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende premieplichtig is in Nederland en wijst verzoeken om verrekening, vrijstelling en aftrek af.