ECLI:NL:HR:2022:14
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid correctie aftrek specifieke zorgkosten na controle
Belanghebbende bracht in zijn aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2013, 2014 en 2015 specifieke zorgkosten in aftrek. Voor 2013 werd de aftrek aanvankelijk niet geaccepteerd, maar later alsnog verleend na een beroepsprocedure vanwege gewekt vertrouwen door de Inspecteur. Voor 2014 en 2015 stelde de Inspecteur vragen over de aftrekposten, waarop belanghebbende geen inhoudelijke antwoorden gaf en geen bewijsstukken verstrekte. Vervolgens legde de Inspecteur navorderingsaanslagen op waarin de aftrek werd teruggenomen.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden handhaafde deze navorderingsaanslagen en oordeelde dat het gebrek aan onderbouwing een nieuw feit vormde dat navordering rechtvaardigt. Belanghebbende voerde in cassatie aan dat hij onrechtmatig was geprofileerd binnen project 1043 van de Belastingdienst en dat de controle niet voldeed aan wettelijke vereisten, waaronder de AVG. De Hoge Raad verwierp dit verweer, stellende dat het instellen van het onderzoek niet onrechtmatig is, ook indien gegevens onrechtmatig zijn verwerkt.
Verder stelde belanghebbende dat zijn gegevens waren opgenomen in het databestand Fraude Signalering Voorziening (FSV). Dit was echter geen zelfstandige beroepsgrond bij het Hof en kon daarom niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad merkte op dat nieuwe feiten en omstandigheden over project 1043 en het databestand FSV pas na het Hof-arrest bekend werden en dat belanghebbende mogelijk een herzieningsverzoek kan indienen, maar dat dit niet aan de Hoge Raad is.
De Hoge Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de navorderingsaanslagen over 2014 en 2015.