Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 19 juli 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
III. Petitum
III. Petitum
Oordeel van de Rechtbank
Belang
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende stelde beroep in tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting en vorderde onder meer vergoeding van wettelijke rente over proceskosten en griffierecht. De Rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, kende immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelde de Heffingsambtenaar en de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de Rechtbank ten onrechte geen beslissing nam over de wettelijke rente. De Heffingsambtenaar stelde dat de vergoedingen binnen vier weken na de uitspraak waren voldaan, waardoor geen wettelijke rente verschuldigd is.
Het Hof overwoog dat volgens vaste jurisprudentie wettelijke rente pas verschuldigd is indien betaling niet binnen vier weken na uitspraak plaatsvindt. Omdat de Heffingsambtenaar aannemelijk maakte dat tijdig was betaald, ontbrak het belang van belanghebbende bij het hoger beroep. Het Hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de Heffingsambtenaar de proceskosten en het griffierecht tijdig heeft betaald.