De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het plegen van ontucht met een 16-jarig meisje dat zich beschikbaar stelde voor seksuele handelingen tegen betaling. Het slachtoffer was slachtoffer van mensenhandel en verrichtte seksuele diensten in een kelderbox van een flatgebouw te Schiedam. De verdachte had via een advertentie contact met de mensenhandelaar en betaalde deze vooraf, waarna hij seksuele handelingen onderging van het minderjarige meisje.
Het hof achtte bewezen dat de verdachte onvoldoende onderzoek deed naar de leeftijd van het slachtoffer, ondanks zichtbare aanwijzingen zoals een gezwollen onderlip en de ongebruikelijke locatie. De verdachte vertrouwde onterecht op de vermelding op een website dat het meisje meerderjarig was, waarmee hij zijn onderzoeksplicht verzuimde.
De strafmotivering benadrukte de ernst van het feit en de kwetsbaarheid van het slachtoffer, dat nog steeds psychische problemen ondervindt. Het hof legde een gevangenisstraf van vijf maanden op, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een schadevergoeding van €700 toegekend aan het slachtoffer, te betalen aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.
De zaak kende een redelijke termijnoverschrijding, die het hof verdisconteerde in de strafmaat. De verdachte toonde berouw en had geen eerdere veroordelingen, wat mede leidde tot de deels voorwaardelijke straf. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht.