ECLI:NL:GHARN:2012:BY0240
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak wegens baldadigheid
Verzoeker, vrijgesproken van baldadigheid, diende tijdig een verzoek in tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand ex artikel 591a Sv. De zaak betrof een eenvoudige strafzaak zonder oplegging van straf of maatregel.
De advocaat-generaal stelde voor de vergoeding te matigen tot €1.000 vanwege de beperkte complexiteit. Verzoeker stelde dat de zaak een principieel karakter had en veel tijd vereiste.
Het hof oordeelde dat de declaraties van de advocaten, die tevens kantoorgenoten waren en familie van verzoeker, bovenmatig waren en dat er ernstige twijfels bestonden over het realiteitsgehalte ervan. Tevens waren de declaraties pas na vrijspraak opgesteld en nog niet betaald.
Gezien deze omstandigheden en de aard van de zaak, zag het hof geen gronden van billijkheid om vergoeding toe te kennen, ook niet voor de kosten van het verzoek zelf. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand wordt afgewezen wegens gebrek aan gronden van billijkheid.