Uitspraak
1.Procesverloop
2. Inhoud van het verzoek
3.Beoordeling van het verzoek
strafrechtelijkebijstand nodig was:
Gerechtshof Amsterdam
Verzoekster, een internationale luchtvrachtmakelaar gevestigd in Luxemburg, werd verdacht van het vervoeren van goederen in strijd met de Nederlandse sanctiewetgeving. Na een veroordeling in eerste aanleg werd zij in hoger beroep door het hof vrijgesproken omdat zij niet de normadressaat was van de strafbepaling. Het Openbaar Ministerie trok het cassatieberoep in, waardoor de vrijspraak onherroepelijk werd.
Verzoekster vroeg vergoeding van haar kosten voor rechtsbijstand in eerste aanleg en hoger beroep, inclusief kosten van een deskundige. Het hof beoordeelde de declaraties en concludeerde dat de gehanteerde uurtarieven niet bovenmatig waren, maar dat het aantal in rekening gebrachte uren en daarmee de totale kosten wel bovenmatig waren gezien de aard en omvang van de zaak en de loop van de procedure.
Het hof wees erop dat verzoekster en haar advocaten de efficiëntie van de verdediging hadden moeten bewaken. De kosten voor rechtsbijstand in eerste aanleg werden voor 85% vergoed, en in hoger beroep voor 65%, met een aparte vergoeding voor de deskundige die het belang van het onderzoek diende. Kosten voor een tweede declaratie van dezelfde deskundige werden afgewezen.
De totale vergoeding bedroeg € 216.934,00, waarbij het hof het meerdere afwees. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 januari 2022.
Uitkomst: Het hof kent verzoekster een vergoeding toe van in totaal € 216.934,00 voor kosten rechtsbijstand en deskundigenkosten, wijst het meerdere af.