ECLI:NL:GHARN:2011:BP9848
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen navordering wegens ambtelijk verzuim en ontbreken kwade trouw in belastingzaak 2002
Belanghebbende diende op 2 december 2004 een aangifte inkomstenbelasting 2002 in met een negatief belastbaar inkomen. De Inspecteur startte in 2005 een boekenonderzoek, dat op 21 juli 2005 werd onderbroken door het opleggen van een definitieve aanslag, ondanks dat het onderzoek nog liep. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd op basis van bevindingen uit het boekenonderzoek.
De rechtbank vernietigde de navorderingsaanslag en heffingsrente omdat de Inspecteur niet beschikte over een nieuw feit en er geen sprake was van kwade trouw bij belanghebbende. De Inspecteur ging in hoger beroep, maar het hof oordeelde dat het voortijdig opleggen van de aanslag zonder afwachten van het boekenonderzoek een ambtelijk verzuim vormt dat navordering uitsluit.
Daarnaast stelde het hof vast dat van kwade trouw geen sprake was, omdat belanghebbende niet opzettelijk onjuiste informatie had verstrekt en ook geen voorwaardelijk opzet kon worden toegerekend aan diens gemachtigde. Het incidentele hoger beroep van belanghebbende kon daarom niet slagen. Het hof veroordeelde de Inspecteur tot betaling van proceskosten en bevestigde de vernietiging van de navorderingsaanslag en heffingsrente.
Uitkomst: Het hof bevestigt vernietiging navorderingsaanslag en heffingsrente wegens ambtelijk verzuim en ontbrekende kwade trouw, en veroordeelt de Inspecteur in proceskosten.