Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[vestigingsplaats](hierna: belanghebbende)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen
4.Beoordeling van het geschil
De rechtbank heeft in haar uitspraak van 16 april 2021 reeds ISV toegekend in de procedures voor terugwijzing. De zaken zijn toen op verzoek van belanghebbende teruggewezen teneinde belanghebbende in de gelegenheid te stellen te worden gehoord. Het hoorgesprek is bedoeld om materiële geschilpunten te bespreken, in het bijzonder de voor de materiële geschilpunten relevante feiten en/of de waardering daarvan. Belanghebbende heeft echter in bezwaar en in beroep geen standpunten ingenomen waarvoor feiten van belang zijn waarover belanghebbende en de inspecteur van mening verschillen. Namens belanghebbende is daarnaast niemand op het – op de juiste wijze geplande – hoorgesprek verschenen (...). In die omstandigheden en de omstandigheid dat belanghebbende nu opnieuw verzoekt om terugwijzing, terwijl hij ter zitting ten aanzien van de heffing van bpm slechts beroepsgronden heeft gehandhaafd waarvoor het houden van een hoorgesprek niets toe zou voegen, ziet de rechtbank voldoende aanwijzing dat het belanghebbende wat betreft het horen vooral te doen is om de procedure zo lang mogelijk te laten duren met als doel een (hogere) ISV te kunnen incasseren. De rechtbank beoordeelt deze proceshouding van belanghebbende als een vertragingstactiek en een bijzondere omstandigheid[noot: Als bedoeld in Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, r.o. 3.9.1.]
die een langere duur van de berechting in eerste aanleg rechtvaardigt. Dit maakt dat de redelijke termijn niet is overschreden, omdat de rechtbank bij de beoordeling of de redelijke termijn is overschreden de volledige periode vanaf het moment dat de rechtbank op 16 april 2021 heeft besloten de zaak terug te wijzen naar de inspecteur, tot de datum van deze uitspraak buiten beschouwing laat. De rechtbank ziet om die reden geen aanleiding een (aanvullende) ISV toe te kennen voor de duur van de behandeling in eerste aanleg. De rechtbank wijst daarom het verzoek af.”