ECLI:NL:HR:2020:1728
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoorplicht bij bezwaarschriften BPM na onenigheid tijdens hoorgesprek
Belanghebbende heeft in 2017 twee keer bpm betaald voor een gebruikte personenauto uit Duitsland en bezwaar gemaakt tegen deze betalingen. De Inspecteur nodigde belanghebbende uit voor een hoorgesprek over de bezwaren, dat op 19 februari 2018 plaatsvond. Tijdens dit gesprek ontstond onenigheid over andere bezwaren, waardoor de specifieke bezwaren van belanghebbende niet werden besproken.
Het Hof Den Haag oordeelde dat de Inspecteur aan zijn hoorplicht had voldaan omdat het hoorgesprek daadwerkelijk had plaatsgevonden en belanghebbende voldoende gelegenheid had gekregen om te worden gehoord. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het niet gebruiken van de gelegenheid om te worden gehoord door belanghebbende niet leidt tot schending van de hoorplicht, tenzij sprake is van een omstandigheid die voor rekening van de Inspecteur komt.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de Inspecteur zijn hoorplicht heeft nageleefd.