ECLI:NL:GHARL:2013:BY8824
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlengde navorderingstermijn bij buitenlandse bankrekeningen en zwarte omzet
Belanghebbende was vennoot in een vennootschap onder firma die een deel van haar omzet niet in de administratie had verwerkt en contant ontving. Deze contante gelden zijn door belanghebbende meegenomen en op buitenlandse bankrekeningen gestort, waaronder Zwitserland, Luxemburg en Duitsland.
De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op met een omzetcorrectie van ƒ 15.000 en heffingsrente. Belanghebbende betwistte de toepassing van de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar, omdat de vof alleen in Nederland actief was en de omzet niet in het buitenland zou zijn opgekomen.
Het Hof oordeelt dat de wetgever met artikel 16, lid 4, AWR juist heeft beoogd om inkomsten die in Nederland zijn gegenereerd maar naar het buitenland zijn overgeboekt onder de verlengde navorderingstermijn te brengen, vanwege beperkte controlemogelijkheden van de fiscus in het buitenland.
Daarom is de navorderingstermijn terecht verlengd en is de navorderingsaanslag inclusief heffingsrente gehandhaafd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag inclusief heffingsrente wordt bevestigd.