Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
- over het jaar 2003, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 87.956, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 90.000 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 47.178 (aanslagnummer [aanslagnummer].H.37) en heffingsrente van € 16.146;
- over het jaar 2005, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 50.510 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 61.581 (aanslagnummer [aanslagnummer].H.57) en heffingsrente van € 7.077;
- over het jaar 2006, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 123.050 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 73.082 (aanslagnummer [aanslagnummer].H.67) en heffingsrente van € 22.871;
- over het jaar 2008, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 16.893 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 23.391 (aanslagnummer [aanslagnummer].H.87) en heffingsrente van € 6.052.
2.Feiten
de hoogte van de onttrokken bedragen in de jaren 2003, 2005, 2006 en 2008 (…),
de herkomst van deze stortingen,
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: