Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
1 januari 2017 vastgesteld op respectievelijk € 692.000, € 686.000, € 742.000 en
€ 6.828.000. In hetzelfde geschrift zijn de aanslagen onroerendezaakbelasting 2018 bekendgemaakt.
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Standaard beroepsgronden
Hof: 14 (+24] in de aanslag verwarrend is, omdat zo niet duidelijk is om welke kantoorpanden het gaat.
Hof: 14 (+24] maar na hernummering heeft ieder pakhuis een eigen nummer binnen het complex gekregen. In een aantal stukken is het oude nummer genoemd, maar de huidige aanduiding van de kantoorpanden hier aan de orde is 4 tot en met 22. Het is bij [X] bekend dat met “4 + 24” [
Hof: 14 (+24] het bedrijfsgedeelte van de [naam 1] werd bedoeld.
[
Hof: 14 (+24)] in de gecombineerde aanslag en een aantal andere zaakstukken, inderdaad verwarrend kan zijn, maar niet voor [X] . De hernummering is kennelijk na verkoop van het complex aan [X] in 2017 niet doorgevoerd in alle gegevensbestanden van de heffingsambtenaar en dat heeft tot deze mogelijk verwarrende adresaanduiding geleid.
Hof: 14 (+24)]” als beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar over deze WOZ-waarde van “4 + 24 [
Hof: 14 (+24)]” en heeft noch in geschrifte, noch op de hoorzitting aangegeven dat zij niet wist waar de aanslag betrekking op had. Aannemelijk is dat [X] , die de renovatie van de [naam 1] laat uitvoeren, van meet af aan wist dat de procedure en de zaakstukken betrekking hebben op het bedrijfsgedeelte aan de [straat 1] 4 tot en met 22 te [Z] en daarover kan bij haar redelijkerwijs geen enkel misverstand hebben bestaan. Het eerst op de zitting aan de orde stellen van deze beroepsgrond is daarom tardief en bovendien tegen beter weten in.
De taxateur van de heffingsambtenaar heeft er tot slot op gewezen dat blijkens de transportakte de totale verkoopprijs op 26 september 2017 van de [naam 1] € 28.700.000,- was en het bedrijfsgedeelte daarvan € 24.076.000,- uitmaakte. Een WOZ-waarde per de waardepeildatum 1 januari 2017 van € 6.828.000,- is dus gelet op het eigen verkoopcijfer in ieder geval niet te hoog. [X] heeft deze door de taxateur genoemde verkoopcijfers niet bestreden.
5.Beoordeling van het geschil in hoger beroep
20 januari 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:310) is iWOZ-informatie geen op de zaak betrekking hebbend stuk indien, zoals in deze zaak, deze iWOZ-informatie niet is gebruikt bij de waardering.
29 februari 2024 zijn zes jaar en twee dagen verstreken), geen vergoeding van immateriële schade wegens de lange duur van de procedure in bezwaar en beroep toe te kennen slaagt wel. De rechtbank heeft de immateriële schade vanwege de te lange behandelduur niet toegekend, op grond van de omstandigheid dat belanghebbende een beroep op betalingsonmacht griffierecht (bobog) heeft gedaan waardoor een verlenging van de termijn volgens de rechtbank gerechtvaardigd was door de nodeloze vertraging. Het Hof ziet hierin onvoldoende aanleiding om vanwege de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid de redelijke termijn (met drie jaar) te verlengen. Uit het dossier van de rechtbank niet valt op te maken dat (alleen) de handelwijze van (de gemachtigde van) belanghebbende tot de opgelopen vertraging heeft geleid.
6.Kosten
17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46 en de bestreden besluiten (d.w.z. de WOZ-beschikkingen, zie HR 28 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:465, r.o. 2.2) in stand blijven, dient het bedrag van € 700,50 met een factor 0,10 vermenigvuldigd te worden. Dit leidt tot een kostenvergoeding in hoger beroep van € 70,05.
7.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.