ECLI:NL:GHAMS:2017:5175
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing dwangsom wegens niet tijdig beslissen bezwaar omzetbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen naheffingsaanslag omzetbelasting en bijbehorende verzuimboetes. De inspecteur deed op 6 november 2015 uitspraak op bezwaar, waarbij de naheffingsaanslag en betaalverzuimboete werden verminderd, maar de aangifteverzuimboete werd gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat de bezwaarfase pas op 24 december 2015 volledig was afgerond en vorderde een dwangsom wegens te late beslissing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de uitspraken van 6 november 2015 onmiskenbaar als uitspraak op bezwaar gelden en tijdig zijn gedaan. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat de latere beschikking van 24 december 2015 geen nieuwe uitspraak op bezwaar is, maar een ambtshalve beslissing. De inspecteur heeft de ingebrekestelling tijdig ontvangen en binnen de wettelijke termijn beslist, waardoor geen dwangsom verschuldigd is.
Belanghebbende voerde verder aan dat het verzoek om proceskostenvergoeding niet expliciet was behandeld, maar het hof stelt vast dat dit verzoek voorwaardelijk was en dat bij afwijzing van het bezwaar ook het verzoek om kostenvergoeding is afgewezen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende heeft geen recht op een dwangsom of proceskostenvergoeding.