ECLI:NL:GHAMS:2012:BY9877
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- A.P.M. van Rijn
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebepaling beneden- en bovenwoning voor WOZ-jaar 2010
In deze zaak stond de waardebepaling van een beneden- en bovenwoning te Amsterdam voor het kalenderjaar 2010 centraal. De heffingsambtenaar had de WOZ-waarden oorspronkelijk vastgesteld op €283.500 voor de benedenwoning en €409.000 voor de bovenwoning. Na bezwaar werd de waarde van de benedenwoning verlaagd tot €258.000, terwijl de waarde van de bovenwoning gehandhaafd bleef. De rechtbank had vervolgens het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en beide waarden verder verminderd tot respectievelijk €253.000 en €406.000.
In hoger beroep bevestigde het Hof Amsterdam de uitspraak van de rechtbank. Het Hof oordeelde dat het taxatierapport van de Belastingdienst onvoldoende duidelijkheid bood over de objectafbakening en ontbeerde onderbouwing met vergelijkingsverkoopcijfers, waardoor het buiten beschouwing werd gelaten. De vergelijkingsobjecten die de heffingsambtenaar gebruikte waren volgens het Hof passend en voldoende vergelijkbaar. De heffingsambtenaar was niet verplicht tot inpandige opname of het overleggen van taxatieverslagen van referentiewoningen.
Het Hof wees ook het incidenteel hoger beroep van de heffingsambtenaar af omdat dit te laat was ingediend. De waarde van de benedenwoning werd bevestigd op €253.000 en de waarde van de bovenwoning op €406.000. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar gedaan op 13 december 2012 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de rechtbankuitspraak en vermindert de WOZ-waarden van de benedenwoning tot €253.000 en de bovenwoning tot €406.000.