Appellant, een minderjarige met autisme en vermoedelijke ontwikkelingsachterstand, kreeg door het college een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend voor 25 uur jeugdhulp per week van 1 september 2023 tot 29 februari 2024. Het college vond plaatsing op een kinderdagcentrum (KDC) passend, maar appellant stelde dat dit niet passend was vanwege onvoldoende toezicht en groepsgerichte therapie. Medische adviezen wezen op noodzaak van 1-op-1 begeleiding.
De rechtbank handhaafde het besluit, maar appellant ging in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het college erkende dat onvoldoende jeugdhulp was verleend in de periode en dat latere medische informatie meegewogen mocht worden. Het college liet het standpunt los dat KDC passend was en erkende dat 32 uur per week begeleiding via pgb passend is.
Het tarief van €18,11 per uur voor het pgb, gebaseerd op het sociaal netwerk, werd door de Raad als juist beoordeeld. De Raad vernietigde het bestreden besluit en het eerdere besluit van 4 december 2023, kende 32 uur per week jeugdhulp toe tegen het genoemde tarief en veroordeelde het college in de kosten van appellant.