Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
negatief.
negatiefbedrag van € 768,29 aan WW-uitkering verrekend met de bijstand over januari 2021. Volgens deze specificatie was het bedrag van de toepasselijke norm € 0,00 en was de netto bijstand na reservering vakantiegeld € 729,87. Vanwege een nabetaling in verband met herberekening (zie hieronder) tot een bedrag van € 729,87 was het na te betalen bedrag € 0.
Het oordeel van de Raad
negatiefbedrag van € 728,11 aan WW-uitkering bij de berekening van de bijstand over januari 2021 in aanmerking genomen. Dit bedrag van € 728,11 is het verschil tussen het bedrag van € 949,76 dat (zie d) op de bijstand over december in mindering is gebracht en het bedrag van € 221,65 aan WW-uitkering over december 2020 dat appellanten in januari 2021 hebben ontvangen. Dit bedrag van € 728,11 aan
negatieveinkomsten is volgens de andere specificatie van 2 februari 2021 die betrekking heeft op januari 2021, en rekening houdend met VT WW en VT PW, tot een netto bedrag van € 729,87 aan appellanten betaald.
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 28 mei 2021 voor zover het de bezwaren tegen de jaaropgaven 2020 betreft;
- draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen op de bezwaren van appellanten tegen de jaaropgaven met inachtneming van deze uitspraak en bepaalt dat beroep tegen dit besluit slechts bij de Raad kan worden ingesteld;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af;
- veroordeelt het college in de proceskosten van appellanten tot een bedrag van € 3.628,-;
- bepaalt dat het college aan appellanten het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 185,- vergoedt.