ECLI:NL:CRVB:2025:1900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten en vaststelling draagkracht op basis van gokinkomsten
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 16 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten door het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven. De appellant, die onder bewind is gesteld, ontving een uitkering op grond van de Ziektewet en had een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand ter hoogte van € 119,69 per maand. Het college heeft de aanvraag afgewezen op de grond dat de draagkracht van de appellant, gebaseerd op zijn inkomsten uit gokactiviteiten en zijn Ziektewetuitkering, niet voldoende was om de kosten van bewindvoering te dekken. De appellant stelde dat hij in bewijsnood verkeerde omdat hij geen toegang meer had tot zijn online gokaccounts om de benodigde gegevens te overleggen. De Raad oordeelde echter dat de appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij geen toegang meer had tot zijn accounts en dat hij ook niet had aangetoond dat hij in bewijsnood verkeerde. De Raad bevestigde dat de inkomsten uit gokken als inkomen moeten worden aangemerkt en dat deze van belang zijn voor de vaststelling van de draagkracht. De Raad concludeerde dat het college terecht de aanvraag voor bijzondere bijstand had afgewezen, omdat de appellant niet de benodigde mutatie-overzichten had overgelegd. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en de appellant kreeg geen vergoeding voor zijn proceskosten.