ECLI:NL:CRVB:2017:3059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor griffierecht wegens onvoldoende onderbouwing noodzaak procedures
Appellant diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand op grond van de WWB voor juridische kosten, waaronder griffierechten. Hij overhandigde veertien nota’s, maar kon niet per procedure toelichten waarom deze noodzakelijk waren. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling vanwege gebrek aan informatie.
Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland die het college in het gelijk stelde, ging appellant in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op appellant de bewijslast rust om de noodzaak van de procedures aannemelijk te maken. Zijn algemene stelling dat het recht op procedure voeren geen toelichting behoeft, volstond niet.
De Raad benadrukte dat appellant, als meest gerede partij, inzicht had moeten geven in de bijzondere omstandigheden die de procedures noodzakelijk maakten. Het college hoefde niet zelf uit zijn gegevens te zoeken welke procedures relevant waren. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand voor griffierechten bevestigd.