ECLI:NL:CRVB:2025:1765
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening weigering ZW-uitkering vanaf 13 februari 2017
Appellante was servicemedewerkster en meldde zich op 14 januari 2016 ziek. Het Uwv kende haar aanvankelijk een ZW-uitkering toe, maar beëindigde deze per 13 februari 2017 omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen. Diverse bezwaar- en beroepsprocedures tegen deze besluiten werden ongegrond verklaard.
Appellante verzocht later om herziening van het besluit van 1 december 2017 waarin haar ZW-uitkering werd geweigerd. Zij stelde dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren, waaronder interne e-mails van het Uwv en medische dossiers die niet eerder bekend waren. Ook stelde zij dat zij schade had geleden door de onterechte afwijzing. Het Uwv wees het verzoek af met de stelling dat er geen nieuwe feiten waren die een herziening rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat de aangevoerde feiten geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die betrekking hebben op de medische situatie per 13 februari 2017. De interne e-mails betroffen procedurele kwesties en de medische stukken van na het besluit waren niet relevant voor de situatie op dat moment. Ook was er geen sprake van een evident onredelijk besluit. Daarom bleef het besluit van het Uwv in stand en werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op de weigering van de ZW-uitkering wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.