Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkenen tot een bedrag van € 1.814,-.
Centrale Raad van Beroep
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch tot afwijzing van bijzondere bijstand voor intakekosten van bewindvoering met terugwerkende kracht.
De intakekosten ontstonden op 1 november 2021, terwijl de aanvraag pas op 8 januari 2022 werd ingediend. Het college wees de aanvraag af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden die terugwerkende kracht rechtvaardigen en beriep zich op artikel 44 van Pro de Participatiewet en het gemeentelijke beleid. De rechtbank oordeelde echter dat het evenredigheidsbeginsel toekenning met terugwerkende kracht rechtvaardigde en vernietigde het besluit.
De Raad stelde vast dat het college terecht het ontbreken van bijzondere omstandigheden aanvoerde en dat het evenredigheidsbeginsel geen grond bood voor bijstand met terugwerkende kracht. Echter, de Raad vond het college onvoldoende gemotiveerd in haar weigering en constateerde schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat het college elders wel terugwerkende bijstand toekende voor vergelijkbare kosten.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en moest het college de bijzondere bijstand voor de intakekosten alsnog met terugwerkende kracht toekennen. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van betrokkenen.
Uitkomst: Het college moet bijzondere bijstand voor de intakekosten bewindvoering met terugwerkende kracht toekennen wegens schending van het gelijkheidsbeginsel.