ECLI:NL:CRVB:2021:2348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bijzondere omstandigheden voor bijstand met terugwerkende kracht en gerechtvaardigde oplegging van verplichtingen
Appellant, geregistreerd als bestuurder van meerdere bedrijven, vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet (PW) met ingang van 3 augustus 2017. Hij stelde dat bijstand met terugwerkende kracht vanaf 9 mei 2017 moest worden toegekend, omdat hij toen telefonisch contact had met het zelfstandigenloket. De Raad oordeelde dat dit telefoongesprek niet als een formele melding of aanvraag kon worden beschouwd, mede omdat appellant niet had aangetoond dat hij toen duidelijk had gemaakt bijstand te willen aanvragen of dat zijn gegevens waren geregistreerd.
Verder stelde appellant dat bijzondere omstandigheden een eerdere ingangsdatum rechtvaardigden, onder meer door vertraging veroorzaakt door onduidelijke voorlichting en onbereikbaarheid van het zelfstandigenloket. De Raad vond echter dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij tussen 9 mei en 3 augustus 2017 actie had ondernomen die tot een aanvraag had moeten leiden, of dat hij daarvan was afgehouden.
Daarnaast was appellant het niet eens met de aan hem opgelegde verplichtingen om bewijsstukken te leveren van de stopzetting van zakelijke overeenkomsten en formele beëindiging van zijn bedrijven. De Raad oordeelde dat deze verplichtingen doelmatig en gerechtvaardigd waren, gezien de noodzaak om het vermogen definitief vast te stellen en mogelijke terugvordering van bijstand. Appellant had ook geen aannemelijke argumenten geleverd dat de termijn te kort was of dat de verplichtingen de bedrijfsbeëindiging belemmerden.
Het verzoek van appellant om schadevergoeding werd afgewezen omdat het bestreden besluit in stand bleef. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank Limburg en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend en dat de opgelegde verplichtingen gerechtvaardigd zijn.