ECLI:NL:CRVB:2014:4242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.C.R. Schut
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit woonkostentoeslag zonder terugwerkende kracht en redelijke toepassing kwaliteitskorting
Appellanten ontvingen algemene bijstand op grond van het Bbz 2004 en vroegen bijzondere bijstand aan in de vorm van een woonkostentoeslag voor de jaren 2010 en 2011. Het college kende een toeslag toe vanaf 1 augustus 2010, maar wees eerdere perioden af. Appellanten stelden dat bijzondere omstandigheden een terugwerkende kracht tot 1 januari respectievelijk 1 april 2010 rechtvaardigden, omdat het college hen niet had geïnformeerd over de mogelijkheid tot bijzondere bijstand voor woonkosten.
De Raad oordeelde dat volgens vaste rechtspraak geen recht bestaat op bijstand met terugwerkende kracht, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Onbekendheid met regelgeving of gebrek aan voorlichting door het college vormt geen bijzondere omstandigheid. Daarom was de toekenning vanaf 1 augustus 2010 terecht.
Verder stelde appellanten dat de toepassing van de kwaliteitskorting uit het systeem van de Wet op de huurtoeslag onredelijk was vanwege hun onderhoudskosten. De Raad vond dat het college redelijk heeft aangesloten bij het Wht-systeem, inclusief de kwaliteitskorting, die ook voor woningeigenaren geldt om te voorkomen dat zij te duur blijven wonen. De forfaitaire berekening van onderhoudskosten werd niet onredelijk geacht.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank Maastricht. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.