Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam en verzocht op 24 november 2023 om wraking van de behandelend rechter vanwege vermeende onjuiste oproeping.
De Raad constateert dat de uitnodiging aanvankelijk naar een verkeerd adres is gestuurd, maar dit leidt niet tot een objectieve aanwijzing van vooringenomenheid. Verzoeker heeft niet eerst om uitstel gevraagd of contact gezocht met de griffie, maar is direct overgegaan tot wraking, wat als misbruik van het wrakingsmiddel wordt beoordeeld.
De wrakingskamer heeft het verzoek niet in behandeling genomen en bepaald dat een volgend verzoek om wraking van dezelfde rechter eveneens niet in behandeling wordt genomen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
De beslissing is op 22 januari 2024 uitgesproken door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep. De motivering benadrukt dat het wrakingsmiddel niet bedoeld is om procedurele problemen met oproepingen op te lossen en dat het verzoek evident misbruikt wordt.