ECLI:NL:CRVB:2024:425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-uitkering ondanks geschil over overgang van onderneming
In deze zaak staat centraal of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) terecht een WGA-uitkering heeft toegekend aan een werknemer die eerder bij X B.V. in dienst was. Appellante, die de onderneming heeft overgenomen, betwist haar status als belanghebbende en de rechtmatigheid van het medisch onderzoek waarop het besluit is gebaseerd.
De rechtbank had het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en het besluit in stand gelaten, onder meer omdat sprake zou zijn van een overgang van onderneming en het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij ten onrechte als belanghebbende werd aangemerkt en dat het medisch onderzoek onvoldoende gemotiveerd was.
De Raad oordeelt dat de vraag over de overgang van onderneming niet relevant is voor de beoordeling van de rechtmatigheid van het toekenningsbesluit en dat dit onderwerp thuishoort in een procedure tegen het premiebesluit van de Belastingdienst. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het Uwv het besluit voldoende zorgvuldig en inzichtelijk heeft gemotiveerd. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot toekenning van de WGA-uitkering wordt bevestigd.