Betrokkene is sinds 24 januari 2017 geïndiceerd voor Wlz-zorg met zorgprofiel VV-SOM 7. Het CIZ heeft dit zorgprofiel ambtshalve herzien op basis van een nieuwe aanvraag in 2020, waarbij een ander zorgprofiel (GGZW03) werd toegekend. De rechtbank oordeelde dat het CIZ niet bevoegd was tot deze herziening omdat de zorgbehoefte niet was gewijzigd.
Het CIZ stelde in hoger beroep dat de herzieningsbevoegdheid ook geldt als er nieuwe, passender zorgprofielen beschikbaar zijn, ook zonder wijziging van de zorgbehoefte. De Raad verwierp dit standpunt en bevestigde dat een indicatiebesluit voor onbepaalde tijd geldt en alleen kan worden herzien bij wijziging van de geobjectiveerde zorgbehoefte.
De Raad benadrukte dat het initiatief voor wijziging bij ongewijzigde zorgbehoefte bij de verzekerde ligt, zodat onnodige herindicaties en rechtsmiddelen worden voorkomen. Het hoger beroep werd afgewezen, het bestreden besluit vernietigd en het oorspronkelijke indicatiebesluit hersteld.