ECLI:NL:RBDHA:2022:14033
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op ongewijzigde Wlz-zorg na vernietiging herzieningsbesluit
Eiser had in 2017 recht op Wlz-zorg met zorgprofiel VV-SOM 7, maar dit recht werd ingetrokken na een bezwaarbesluit. Eiser stelde dat hij onterecht geen recht meer had op Wlz-zorg en diende een nieuwe aanvraag in in 2020. De CRvB vernietigde het eerdere besluit dat het recht op zorg introk.
Verweerder stelde dat de zorgbehoefte van eiser beter paste in een ander zorgprofiel, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder niet bevoegd was het eerdere indicatiebesluit te herzien zonder wijziging van de zorgbehoefte. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep was overschreden en veroordeelde de Staat tot vergoeding van €500,-. Verweerder werd ook veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het indicatiebesluit van 25 januari 2017 wordt ongewijzigd gehandhaafd met recht op zorgprofiel VV-SOM 7.