Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2012:BX8443

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-7021 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 WWBArt. 16 WWBBesluit zorgverzekeringZorgverzekeringswetAlgemene Wet Bijzondere Ziektekosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor acupunctuurkosten wegens voorliggende voorziening en ontbreken zeer dringende redenen

Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van acupunctuur die voor zijn eigen rekening komen. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer wees deze aanvraag af omdat volgens gemeentelijk beleid deze kosten niet voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) als voorliggende, toereikende en passende voorzieningen gelden in het kader van de Wet werk en bijstand (WWB). Omdat acupunctuur niet onder de vergoeding van deze wetten valt, is er geen ruimte voor bijzondere bijstand, ook al vergoedt de aanvullende verzekering van appellant een deel van de kosten.

Daarnaast zijn er geen zeer dringende redenen aanwezig die een uitzondering op deze regel rechtvaardigen. De door appellant overgelegde medische verklaringen bieden onvoldoende grond voor een acute noodsituatie. Het college voert geen buitenwettelijk begunstigend beleid. Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en blijft het bestreden besluit in stand.

Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor acupunctuurkosten wordt bevestigd wegens aanwezigheid van een voorliggende voorziening en het ontbreken van zeer dringende redenen.

Uitspraak

11/7021 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van
26 oktober 2011, 11/5379 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (college)
Datum uitspraak: 18 september 2012
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A. Apistola, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 mei 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Apistola. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.M. van der Heiden.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Op 24 november 2010 heeft appellant een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) voor de voor zijn eigen rekening komende kosten van acupunctuur.
1.2. Bij besluit van 21 december 2010 heeft het college deze aanvraag afgewezen op de grond dat volgens de richtlijn van de gemeente deze kosten niet in aanmerking komen voor bijzondere bijstand.
1.3. Bij besluit van 26 mei 2011 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 21 december 2010 ongegrond verklaard. Daartoe heeft het college overwogen dat sprake is van een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de WWB. Daarnaast is geen sprake van zeer dringende redenen op grond waarvan alsnog tot toekenning van bijstand in de gevraagde kosten zou kunnen worden overgegaan.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft, samengevat, aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de Zorgverzekeringswet (Zwv) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) als een voorliggende, toereikende en passende voorziening kan worden beschouwd. Voorts is sprake van zeer dringende redenen om bijzondere bijstand te verlenen voor de in geding zijnde kosten. Het beleid van het college op dit punt is onredelijk en onrechtmatig.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Op 1 januari 2006 is in werking getreden het op de Zvw gebaseerde Besluit zorgverzekering. In de artikelen 2.4 tot en met 2.15 van het Besluit Zorgverzekering zijn de zorg en overige diensten bepaald, waarop de verzekerde jegens zijn verzekeraar aanspraak kan maken. Zoals de Raad eerder heeft overwogen (CRvB, 11 oktober 2011, LJN BT8706) worden de Zvw en AWBZ voor de kosten van (para)medische zorg in beginsel als een aan de WWB voorliggende, toereikende en passende voorziening als bedoeld in artikel 15 van Pro de WWB beschouwd.
4.2. Tussen partijen is niet in geding dat acupunctuur niet behoort tot de zorg, die op grond van het bij of krachtens de Zvw bepaalde dan wel op grond van de AWBZ voor vergoeding in aanmerking komt. Hiermee is een bewuste beslissing genomen over de noodzaak van het al dan niet vergoeden van de kosten van deze vorm van alternatieve geneeswijze. Dit betekent dat er voor het college in beginsel geen ruimte is om de gevraagde bijzondere bijstand te verstrekken. Het bepaalde in artikel 15, eerste lid, tweede volzin, van de WWB staat hieraan in de weg. Daaraan doet niet af dat in het onderhavige geval de kosten door de zorgverzekeraar van appellant op grond van zijn aanvullende verzekering worden vergoed tot een maximumbedrag per behandeling.
4.3. Artikel 16, eerste lid, van de WWB biedt de mogelijkheid om, in afwijking van onder meer artikel 15, bijstand te verlenen indien, gelet op alle omstandigheden, zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Daarvoor dient vast te staan dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen. In de stukken die appellant heeft overgelegd, zoals de verwijsbrief van de huisarts en de brieven van klinisch psycholoog Fischer en acupuncturist Bordes, ziet de Raad geen zeer dringende redenen als hier bedoeld, zodat het college ook in zoverre niet bevoegd was bijzondere bijstand te verlenen voor de in geding zijnde kosten.
4.4. Nu het college niet bevoegd was bijzondere bijstand te verlenen voor de kosten van accupunctuur, kan van toetsing van beleid ter zake geen sprake zijn. Appellant heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat het college voor de hier in geding zijnde kosten buitenwettelijk begunstigend beleid voert, waaraan hij rechten kan ontlenen.
4.5. Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.4 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt dan ook voor bevestiging in aanmerking.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door O.L.H.W.I. Korte als voorzitter en E.J. Govaers en Y.J. Klik als leden, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2012.
(getekend) O.L.H.W.I. Korte
(getekend) A.C. Oomkens