Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster ontving bijstand vanaf 2017 en stond tot februari 2020 ingeschreven op het uitkeringsadres. Na meldingen dat zij niet op dat adres woonde, voerde het college een onderzoek uit, waarbij extreem laag waterverbruik en getuigenverklaringen wezen op het ontbreken van haar hoofdverblijf op het uitkeringsadres vanaf augustus 2018 tot december 2019. Verzoekster kon dit niet aannemelijk weerleggen.
Vanaf december 2019 woonde verzoekster met haar kinderen op een ander adres, waar het college aannam dat sprake was van een gezamenlijke huishouding met X, onderbouwd door financiële verstrengeling en getuigenverklaringen. Verzoekster stelde dit tegensprekelijk, maar slaagde er niet in dit te bewijzen.
Het college trok de bijstand in over de betreffende periodes en vorderde de kosten terug. Een nieuwe aanvraag bij het college werd afgewezen wegens het ontbreken van gewijzigde omstandigheden. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel, wijzend op de bewijslast en de objectieve criteria voor hoofdverblijf en gezamenlijke huishouding.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de intrekking van bijstand en afwijzing van de nieuwe aanvraag wegens ontbreken hoofdverblijf en gezamenlijke huishouding.