Uitspraak
19 3203 WAO, 19/3361 WAO
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 5 januari 2016 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving vanaf 2003 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, welke in 2006 werd ingetrokken na medisch en arbeidskundig onderzoek. In 2015 verzocht betrokkene om heropening van de uitkering op grond van nieuwe diagnoses en vermeende toename van beperkingen. Het UWV wees dit verzoek af, wat door betrokkene werd aangevochten bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door geen Functionele Mogelijkhedenlijst op te stellen voor de periode vanaf 2015.
Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep volgde het UWV en oordeelde dat er onvoldoende medische gegevens zijn om vast te stellen dat betrokkene op 16 juli 2006 of in de periode tot 2011 meer beperkingen had dan eerder vastgesteld. Ook was er geen reden om het intrekkingsbesluit te herzien of de WAO-uitkering te heropenen. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond.
De Raad benadrukte dat het ontbreken van medische informatie tussen 2006 en 2014, het feit dat betrokkene toen werkte en pas in 2014 psychische hulp zocht, en de aard van de nieuwe diagnoses onvoldoende aanleiding geven voor een gunstiger besluit. Het verzoek om een WAO-uitkering voor de toekomst is daarom niet toewijsbaar.
Uitkomst: Het verzoek tot heropening van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van toegenomen beperkingen.