Uitspraak
OVERWEGINGEN
J.L. Staal van Max Ernst GGZ van 11 januari 2012, bestudeerd. De verzekeringsarts heeft in zijn rapport overwogen dat er in het geheel geen objectieve informatie beschikbaar is waaruit blijkt dat op 17/18-jarige leeftijd sprake is van ziekte of gebrek, dan wel dat er destijds functioneringsproblemen bestonden. Het Uwv heeft vervolgens de aanvraag bij besluit van
2 juli 2012 afgewezen.
17/18-jarige leeftijd onvoldoende beperkingen zijn opgenomen en dat de geduide functies hierdoor niet voor haar geschikt zijn. Op basis van het persoonlijkheidsonderzoek van
29 juli 1985 dient het uitgangspunt te zijn dat sprake is van een in hoge mate emotioneel kwetsbaar meisje met een verstandelijke beperking alsmede geheugen- en concentratiestoornissen, dat aangewezen is op intensieve begeleiding in een werksetting. Bij de beoordeling van de beperkingen op 17/18-jarige leeftijd kan geen rekening worden gehouden met op 15-jarige leeftijd aanwezig geachte mogelijkheden tot ontwikkeling. Daarnaast acht appellante de slechts geringe begeleidingsbehoefte onvoldoende gemotiveerd. Ten slotte is de mate van begeleiding die geboden kan worden in de functies onvoldoende om appellante in staat te stellen om te functioneren in arbeid.
AAW-gerechtigde (gedeeltelijk) gerespecteerd. Ingevolge het eerste lid, aanhef en onder e, van dit artikel, blijft de AAW, zoals die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wajong te zijnen aanzien gold, van toepassing op de persoon wiens arbeidsongeschiktheid in de zin van de AAW voor de dag van inwerkingtreding van de Wajong is ingetreden en voor wie de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van AAW op die dag was verstreken, doch die op die dag geen recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de AAW, uitsluitend omdat een aanvraag tot toekenning van die uitkering niet was ingediend.
24 december 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO9240 en 27 mei 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6477).
BESLISSING
D.S. de Vries als leden, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2015.