ECLI:NL:CRVB:2021:690
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde afwijzing WIA-uitkering wegens psychische beperkingen
Appellant, voormalig steigerbouwer, vroeg herbeoordeling van zijn WIA-uitkering wegens toegenomen psychische beperkingen na een ongeval in 2012. Het UWV had eerder een uitkering geweigerd omdat de beperkingen minder dan 35% waren en de toegenomen psychische klachten niet uit dezelfde ziekteoorzaak zouden voortkomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de psychische klachten niet uit dezelfde oorzaak voortvloeien als de fysieke klachten die tijdens de wachttijd waren vastgesteld. In hoger beroep stelde appellant dat de psychische problematiek al in 2014 aanwezig was en thans was toegenomen.
De Raad oordeelt dat het ontbreken van psychische beperkingen in 2014 niet voldoende is om te concluderen dat de toegenomen beperkingen een andere ziekteoorzaak hebben. Het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep geeft onvoldoende motivering om dit te onderbouwen. De Raad acht het bestreden besluit daardoor gebrekkig gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het gebrek in het besluit te herstellen en bij vaststelling van toename van beperkingen een nadere arbeidskundige beoordeling uit te voeren.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd wegens gebrekkige motivering en het UWV krijgt zes weken om het besluit te herstellen.